Vier op de vijf Nederlanders wil dat onlinegokreclame helemaal verdwijnt. Uit onderzoek van de Consumentenbond blijkt dat 84 procent van de ondervraagden een totaalverbod steunt, vooral omdat kinderen en jongvolwassenen te veel casinoreclame zien tijdens voetbalwedstrijden. Het cijfer komt op een moment dat de politiek zelf ook in beweging is: ChristenUnie en SP werken aan een initiatiefwet die verder gaat dan wat het kabinet al had beloofd.
Het kabinet beloofde het verbod al in januari
Op 30 januari 2026 presenteerde het kabinet zijn coalitieakkoord, met daarin een zin die de kansspelbranche niet zag aankomen: "we stellen voor online gokken een volledig reclameverbod in." Concreet betekent dit dat vergunde aanbieders straks geen advertenties meer mogen plaatsen op websites, social media of andere digitale platformen. Het verbod geldt voorlopig alleen voor online gokken, Holland Casino en de speelhallen blijven buiten schot totdat staatssecretaris Claudia van Bruggen dat wetgevingstraject afrondt.
Niet iedereen is blij met het plan. Björn Fuchs, voorzitter van branchevereniging VNLOK, noemt reclame juist noodzakelijk om spelers bij legale, gecontroleerde aanbieders te houden. Ook de Kansspelautoriteit zet vraagtekens bij het idee. Voorzitter Michel Groothuizen zei bij EenVandaag dat een totaalverbod niet het juiste middel is om spelers weg te houden van illegale goksites, waar geen enkele controle op zit. Wie meer wil weten over hoe de legale markt precies in elkaar steekt, leest dat in ons overzicht van de Nederlandse online casinomarkt.
Het kabinet wil naast het reclameverbod ook het aantal vergunningen beperken en de zorgplicht van aanbieders aanscherpen. Voor spelers betekent dat op termijn minder keuze, maar volgens de plannen wel strengere controle op wie een vergunning krijgt en hoe die aanbieder met kwetsbare spelers omgaat.
ChristenUnie en SP willen sneller en strenger
Het kabinet mikt op een wetsvoorstel dat pas eind 2026 of begin 2027 door de Kamer behandeld wordt. Dat gaat ChristenUnie en SP niet snel genoeg. De twee partijen stelden samen een eigen initiatiefwet op, met daarin niet alleen een compleet verbod op onlinegokreclame maar ook fors hogere boetes voor bedrijven die de regels overtreden. De timing is geen toeval: het onderzoek van de Consumentenbond geeft de partijen een stevig argument, met die 84 procent steun als breekijzer in het Kamerdebat.
Ook gezondheidsorganisaties mengen zich in de discussie. De Nederlandse ggz en Verslavingskunde Nederland pleiten al langer voor een totaalverbod, omdat het aantal mensen met gokproblemen de afgelopen jaren is gestegen. Het Trimbos-instituut wijst in eigen onderzoek erop dat reclame vooral kwetsbare groepen aantrekt, juist de mensen die al moeite hebben om grip te houden op hun speelgedrag.
Reclame duikt op via streamers en influencers
Terwijl de wetgeving nog moet landen, verschuift gokreclame intussen naar nieuwe kanalen. Na een Zembla-onderzoek naar de banden tussen gokbedrijven en bekende streamers greep de Kansspelautoriteit in februari 2026 in. De toezichthouder verduidelijkte het zogeheten rolmodellenverbod, waarna aanbieders hun samenwerkingen met influencers en streamers moesten stopzetten. Veel van die deals liepen via affiliatewebsites, waarbij gokbedrijven volhielden dat het geen reclame was zolang aan de 95 procent-eis uit het Besluit Orka werd voldaan. In de praktijk zagen jonge kijkers dagelijks hun favoriete streamer op een gokplatform.
Dat sluit aan op een patroon dat spelers op deze site vaker tegenkomen: hoe strenger de regels op het ene kanaal, hoe sneller reclame naar het volgende verschuift. Twijfel je weleens of je eigen speelgedrag nog in balans is, kijk dan ook naar deze tips voor verantwoord bankroll management.
Zeven op de tien Nederlanders zien nog steeds reclame
Dat de discussie zo actueel is, komt ook door cijfers van het WODC. Uit hun onderzoek van eind augustus blijkt dat zeven op de tien Nederlanders de afgelopen zes maanden reclame voor onlinekansspelen hebben gezien of gehoord, meestal via social media en gewone websites. Het bestaande verbod op tv, radio en generieke internetreclame, dat al sinds juli 2023 geldt, houdt gokreclame dus allesbehalve tegen. Aanbieders schuiven simpelweg door naar kanalen waar de regels minder scherp zijn.
Precies daarom richt de nieuwe wet zich niet op één medium, maar op het hele digitale speelveld. Ter vergelijking, na de invoering van het huidige verbod op tv en radio in 2023 daalde de zichtbaarheid van gokreclame op die kanalen wel meetbaar, alleen verschoof het budget grotendeels naar social media en affiliatesites. Datzelfde effect verwacht men nu ook bij een verbod op onlinekanalen, tenzij de wet breed genoeg wordt geformuleerd. Wie eerder al met gokproblemen te maken kreeg, kan zich trouwens nu al laten uitsluiten van alle vergunde aanbieders. Hoe dat proces werkt, staat in ons artikel over CRUKS en zelfuitsluiting.
Wat er voorlopig nog niet verandert
Voor spelers verandert er dit moment nog weinig. Het reclameverbod is een politieke afspraak, geen wet, en de Kansspelautoriteit blijft ondertussen gewoon vergunningen verlenen en handhaven op de bestaande regels. Verwacht dus geen plotselinge stilte in je tijdlijn: zolang het wetsvoorstel niet door de Kamer is, blijven legale aanbieders binnen de huidige kaders adverteren.
Wat wel al duidelijk is: de politieke wind is gedraaid. Een kabinet dat een totaalverbod aankondigt, een initiatiefwet die daar nog een schepje bovenop doet, en een meerderheid van de bevolking die het steunt, dat is een combinatie die zelden zonder gevolgen blijft. Voor wie online speelt, is dit het moment om te wennen aan het idee dat de vrijheid van gokbedrijven om te adverteren, over een jaar of twee een stuk kleiner kan zijn dan nu.